Competenties is een containerbegrip. Wij zien competenties als kennis en vaardigheden (gedrag) die je kunt leren. Soms om je aan te passen aan nieuwe omstandigheden, veelal om tot hogere prestaties te komen, te groeien dus. In het begin is daardoor iedere competentie moeilijk en bepaalt de mate van leren en onder de knie krijgen, de verbeterde inzetbaarheid van een persoon. Competenties komen naar voren in gedragingen.

 

Gedrag is de route die een persoon aflegt om van een input (taak) tot een output (resultaat) te komen. Gedrag is iets wat "in de persoon zit" als een soort van hardware in een computer. Door de mate van motivatie en stimulatie ontstaat de mogelijkheid om de competentie aan de situatie aan te passen. Een positieve gedragsflexibiliteit.

Hoe zet je alle competenties in om optimaal dienstbaar te kunnen zijn aan het creëren van condities voor anderen om een betere toekomst voor ons allen te realiseren? Een mond vol over verantwoord leiderschap!

 

We onderscheiden in het just B. leiderschapsprogramma 3 competentie hoofdthema's die gaan over kennis (weten dat) en vaardigheden (weten hoe) en noemen ze operationeel leiderschap, moreel leiderschap en vitaal leiderschap.